Epilepsie, aanvallen en medicatie

Wat is epilepsie?

Epilepsie is een aandoening waarbij de hersenen tijdelijk niet goed werken door een verstoring van de elektrische activiteit. Dit veroorzaakt een epileptische aanval.

Epilepsie is een chronische ziekte, wat betekent dat ze meestal langdurig aanwezig blijft. De aandoening kan niet alleen aanvallen veroorzaken, maar ook invloed hebben op leren, gedrag en sociale contacten.

In Vlaanderen hebben naar schatting minstens 15.000 kinderen epilepsie. Dat betekent dat er in bijna elke school wel een kind is met epilepsie.


Epileptische aanvallen: wat moet je weten? 

Epileptische aanvallen kunnen er heel verschillend uitzien. Meestal maken we een onderscheid tussen opvallende en minder opvallende aanvallen:

  • Convulsieve aanvallen
    Dit zijn de ‘grote’ aanvallen waarbij het lichaam hevig schokt en het kind het bewustzijn verliest.

  • Absence-aanvallen
    Deze zijn veel subtieler. Het kind staart enkele seconden voor zich uit en neemt op dat moment geen nieuwe informatie op.

Absence-aanvallen kunnen leiden tot een plotselinge achteruitgang op school. Omdat de hersenen tijdens die korte momenten geen informatie verwerken, kan het leerproces verstoord raken. Merk je dat een kind vaak wegdroomt en plots slechtere resultaten haalt? Dan kan dit te maken hebben met nieuwe of onvoldoende gecontroleerde absence-epilepsie.
Let wel: dagdromen of staren komt ook vaak voor bij kinderen met aandachtsproblemen zoals ADHD, zonder dat er sprake is van epilepsie.

Elke soort aanval vraagt een andere aanpak. Op de website van UZ Leuven vind je handige documenten om af te drukken en in te vullen, zoals:

  • Een aanvalsprotocol
  • Een fiche voor toediening van noodmedicatie
  • Instructies voor het gebruik van de VNS-magneet

Ernstige aanval (tonisch-clonische aanval)

Een tonisch-clonische aanval is een ernstige vorm van epilepsie. Je herkent deze aanval aan:

  • Bewustzijnsverlies
  • Hevige schokken in armen en benen
  • Duur langer dan 3 tot 5 minuten

Wat kan je doen?

  • Leg het kind voorzichtig op de grond en zorg dat de luchtwegen vrij blijven (stabiele zijligging).
  • Steek niets in de mond – dit kan gevaarlijk zijn.
  • De meeste aanvallen stoppen vanzelf binnen 1-2 minuten en veroorzaken geen schade.
  • Duurt de aanval langer dan 3-5 minuten? Dien noodmedicatie toe (deze wordt door de ouders voorzien).
  • Is er geen noodmedicatie beschikbaar en duurt de aanval langer dan 3 minuten? Bel 112.
    Na een aanval is het kind vaak verward en erg moe. Dit noemen we de postictale fase.

Subtiele aanval (absence of focale aanval)

Dit kan een absence-aanval zijn (kind staart enkele seconden) of een focale aanval (kind maakt herhaalde bewegingen zoals handen wrijven of smakken).

Wat kan je doen?

  • Laat het kind begaan, maar zorg dat het zich niet kan verwonden.
  • Meestal is geen noodmedicatie nodig.
  • Duurt de aanval langer of verloopt anders dan afgesproken met de ouders? Waarschuw medisch personeel.

Medicatie

  • Anti-epileptica kunnen soms invloed hebben op concentratie en gedrag, maar zijn niet de oorzaak van grote leerproblemen.
  • Hoe meer medicatie gecombineerd wordt, hoe groter de impact.
  • Meestal wordt medicatie thuis ingenomen (2 keer per dag), maar soms is een dosis op school nodig.
  • Zorg voor toezicht bij inname en vraag een medisch attest voor toediening op school.
  • Kinderen die ondanks behandeling nog ernstige aanvallen hebben, krijgen een persoonlijk noodplan van de arts.

Gevolgen voor het schools functioneren

Lees meer

Deelname aan activiteiten

Lees meer

Ondersteuning op school

Lees meer

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x