Nieuws - Beate Jost presenteert onderzoeksresultaten op EPNS2025

Why childhood absence epilepsy is not always a benign epilepsy: a multi centric retrospective study in Flanders

Op het European Paediatric Neurology Society Congress 2025 (8-12 juli 2025) in München, mocht geneeskunde student Beate Jost haar onderzoeksresultaten van een retrospectieve studie in Vlaanderen mondeling toelichten. Beate is als jobstudente verbonden aan het Leuven Kinderepilepsie Centrum en maakte gebruik van data uit het Vlaams Register Kinderepilepsie om de klinische outcome van kinderen met absence epilepsie te bestuderen. 

Absence epilepsie bij kinderen (Childhood Absence Epilepsy, CAE) wordt meestal beschouwd als een goed behandelbare vorm van epilepsie, met weinig gevolgen op lange termijn. Een nieuwe studie uitgevoerd in vier universitaire ziekenhuizen in Vlaanderen toont echter aan dat deze aandoening vaker gepaard gaat met leerproblemen en ontwikkelingsstoornissen dan tot nu toe werd gedacht.+

Wat onderzocht werd

Onderzoekers verzamelden gegevens uit de Vlaamse EpiCARE-register, beheerd door KU Leuven. Ze keken naar kinderen die tot 1 mei 2024 de diagnose CAE kregen in de universitaire ziekenhuizen van Antwerpen, Brussel, Gent en Leuven. De studie onderzocht onder meer de leeftijd waarop de epilepsie begon, of de kinderen goed reageerden op de voorgeschreven medicatie, en hoe het ging op school en in hun algemene ontwikkeling.

Belangrijkste resultaten

Van de 2014 kinderen in het register hadden 109 kinderen (5,4%) de diagnose CAE. Gemiddeld begon de epilepsie op de leeftijd van 5,2 jaar. Ondanks een behandeling volgens de richtlijnen, lukte het bij 28% van de kinderen niet om volledig aanvalsvrij te worden. Kinderen die wel aanvalsvrij werden, probeerden gemiddeld 2,4 verschillende medicijnen. Bij kinderen die dat niet lukte, waren dat gemiddeld 3,7 medicijnen. Valproaat was het vaakst voorgeschreven.

Bijna de helft (43%) van de kinderen die een formele IQ-test kregen, bleek een verstandelijke beperking te hebben (IQ < 80). Daarnaast had 15% leerproblemen, en 40% had nood aan aangepast onderwijs met extra ondersteuning. Kinderen mét ondersteuning bereikten iets minder vaak aanvalsvrijheid (63%) dan kinderen in regulier onderwijs zonder ondersteuning (75%), maar dit verschil was niet significant. Verder werd bij 15% van de kinderen een bijkomende psychiatrische diagnose vastgesteld, zoals autisme of ADHD.



Waarom dit belangrijk is

Hoewel CAE vaak als een ‘goedaardige’ vorm van epilepsie wordt beschouwd, toont deze studie dat er bij veel kinderen toch extra zorgen zijn, vooral op het vlak van leren en ontwikkeling. De onderzoekers benadrukken daarom het belang van regelmatige psychologische en psychiatrische screening, zodat problemen sneller kunnen worden opgespoord en aangepakt.

Aandachtspunten

De studie werd uitgevoerd in gespecialiseerde centra, wat mogelijk zorgt voor een zekere vertekening van de resultaten. Daarnaast waren niet voor alle kinderen alle gegevens beschikbaar. Toch biedt dit onderzoek belangrijke inzichten in de praktijk van CAE in Vlaanderen en toont het aan dat vervolgonderzoek noodzakelijk is.




{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x