Epilepsiechirurgie
De meeste mensen met epilepsie reageren goed op anti‑epileptische medicatie. Zij worden aanvalsvrij of krijgen duidelijk minder aanvallen. Maar bij ongeveer één op de drie mensen werken minstens twee correct gekozen medicijnen niet goed genoeg. Dat noemen we refractaire epilepsie.
Wanneer iemand refractaire epilepsie heeft, is een verwijzing naar een gespecialiseerd epilepsiecentrum, zoals het Universitair Ziekenhuis Leuven (UZ Leuven), belangrijk. Daar wordt uitgebreid onderzocht waarom de aanvallen blijven optreden en welke andere behandelingen mogelijk zijn, waaronder epilepsiechirurgie.
Wat is epilepsiechirurgie?
Het doel van epilepsiechirurgie is om het deel van de hersenen waar de aanvallen ontstaan heel precies te verwijderen, maar alleen als dat veilig kan, zonder belangrijke functies te beschadigen (zoals beweging, taal of geheugen).
Welke onderzoeken zijn nodig?
Voor er beslist kan worden over een operatie, zijn een reeks onderzoeken nodig om precies te bepalen waar de aanvallen ontstaan en welke behandeling veilig is. In UZ Leuven bestaat dit traject uit:
1. Langdurige video‑EEG‑monitoring met SPECT
Tijdens een ziekenhuisopname worden aanvallen geregistreerd met een video-EEG.
Zo kan het team zien hoe de aanval begint en welke hersengebieden actief worden.
Lees meer over video-EEG Lees meer over SPECT
2. Hoog‑resolutie MRI‑scan
Deze scan wordt gemaakt volgens speciale epilepsieprotocollen.
Het doel is eventuele letsels of afwijkingen te vinden in de hersenen die de aanvallen kunnen veroorzaken.
Soms worden de beelden nadien geanalyseerd met AI‑technieken om subtiele afwijkingen beter op te sporen.
3. PET‑scan
Deze scan toont hoeveel suiker (glucose) verschillende hersengebieden gebruiken.
Gebieden waar aanvallen ontstaan gebruiken vaak minder glucose, wat helpt om de juiste plaats te vinden.
4. Neuropsychologisch onderzoek
Een neuropsycholoog onderzoekt het denken, geheugen, gedrag en emoties van een patiënt.
Dit helpt om sterktes en zwaktes in kaart te brengen, en om te voorspellen of een operatie een risico inhoudt voor cognitieve functies.
Lees meer over het neuropsychologisch onderzoek
Hoe wordt de beslissing genomen?
Alle resultaten worden besproken in een multidisciplinair team met kinderneurologen, neuropsychologen, neuroradiologen, nucleair geneeskundigen, psychiaters en neurochirurgen.
Samen bepalen zij of een patiënt geschikt is voor epilepsiechirurgie.
Zijn extra onderzoeken soms nodig?
In sommige gevallen is de informatie uit de bovenstaande onderzoeken nog niet volledig. Dan kan het team beslissen om aanvullende testen uit te voeren, zoals:
Magneto‑encefalografie (MEG)
Een zeer nauwkeurig onderzoek dat hersenactiviteit meet via magnetische signalen.
Intracraniële EEG (iEEG)
Bij sommige kinderen is het nodig om elektroden in of op de hersenen (intracraniaal) te plaatsen om de oorsprong van de aanvallen heel precies te bepalen.
Dit gebeurt via stereo‑EEG (voorkeur wegens minder risico) of via subdurale grids/strips.
Daarna worden alle gegevens opnieuw besproken en wordt beslist of epilepsiechirurgie mogelijk en veilig is.
Wat als epilepsiechirurgie geen optie is?
Niet iedereen komt in aanmerking voor epilepsiechirurgie. Soms wordt er gekozen voor andere chirurgische of technische behandelingen, waaronder:
- Nervus Vagus Stimulator (NVS)
Een soort pacemaker die de hersenen helpt aanvallen te verminderen.
Lees meer over NVS - Thermocoagulatie
Een techniek waarbij kleine delen van het hersenweefsel worden uitgeschakeld met behulp van hitte. - Laser Interstitiële Thermale Therapie (LiTT)
Een minimaal invasieve behandeling waarbij met laser heel gericht een hersenletsel wordt behandeld.