Leven met epilepsie
Aanvallen
Eerste hulp bij aanvallen
Een aanval krijgen kan best spannend zijn. Soms voel je het aankomen, maar vaak weet je niet precies wanneer het gebeurt. Epilepsieaanvallen zijn meestal onvoorspelbaar. Maar weet goed: een aanval krijgen is nooit jouw schuld.
Het is belangrijk dat de mensen om je heen goed weten wat epilepsie is, hoe jouw aanvallen eruitzien en dat ze weten wat ze moeten doen wanneer je een aanval krijgt. Vaak wordt er samen met de arts of verpleegkundige een aanvalsplan gemaakt. Neem ook zeker altijd en overal je noodmedicatie mee.
Wil je aan anderen uitleggen wat epilepsie is, maar weet je niet goed hoe? Klik op de knop voor handige tips die je kunnen helpen!
Uitlokkende factoren
Hoewel we niet kunnen voorspellen wanneer er een epilepsieaanval gaat komen, kunnen we wel kijken of er uitlokkende factoren zijn voor zo’n aanval. Uitlokkers zijn niet de oorzaak van epilepsie, maar kunnen de kans op een aanval wel vergroten.
Heb je bijvoorbeeld vaak een aanval als je moe bent? Of wanneer je veel stress hebt? Sommige mensen hebben een soort epilepsie die lichtgevoelig is. Dit wil zeggen dat ze een aanval kunnen doen van flitsende lichten.
Wanneer je zelf weet wat voor jou een aanval kan uitlokken, kan je hier rekening mee houden. Bijvoorbeeld door op tijd te gaan slapen, ontspanningsoefeningen te doen, ... Om te weten te komen welke factoren bij jou een aanval kunnen uitlokken, kan je een epilepsiedagboek bijhouden.
Het is ook heel belangrijk dat je je medicatie neemt volgens het schema dat de dokter heeft gemaakt. Het niet nemen van medicatie is de belangrijkste risicofactor voor het krijgen van een aanval.
Voor tieners en jongvolwassenen
Wanneer je ouder wordt, is de kans groot dat je al eens in de verleiding komt om een pintje of een glaasje alcohol te drinken. Wanneer je de leeftijdsgrens hebt bereikt, is dit niet verboden. Het af en toe drinken van een alcoholisch drankje vergroot de kans op een aanval meestal niet. Regelmatig alcoholgebruik doet dat wél. Bij regelmatig alcoholgebruik gaat het lichaam bepaalde medicijnen versneld afbreken, waardoor ze minder lang of minder goed werken. Dat vergroot de kans op het krijgen van een aanval.
Het gebruik van drugs wordt sterk afgeraden. Dit trouwens ook voor mensen zonder epilepsie. Door het gebruik van drugs krijgen mensen met epilepsie sneller en ernstigere aanvallen.
School
Je brengt het grootste deel van de dag vaak op school door. Dit is een heel belangrijk onderdeel van het leven. Daar leer je natuurlijk in de klas, maar speel je ook met je vrienden tijdens de speeltijd, ga je op uitstap of doe je mee aan allerlei activiteiten. Als je epilepsie hebt, kunnen sommige dingen net iets anders of moeilijker gaan dan bij je klasgenoten. Soms moet je even rusten als je moe bent, gaat het leren wat moeilijker of mag je iets niet doen, zoals alleen zwemmen. Dat kan best lastig zijn! Gelukkig zijn er heel wat dingen die jou kunnen helpen en die wel mogelijk zijn. Je kan nog steeds leren, lachen, vrienden maken en allerlei leuke dingen doen, net zoals andere kinderen.
Waarom sommige dingen op school moeilijker gaan, weten we niet altijd precies. Het kan te maken hebben met de epilepsie zelf, maar ook met de medicatie die je neemt, of je goed geslapen hebt, hoeveel aanvallen je hebt gehad, enzoverder. Hieronder kan je meer lezen over welke dingen moeilijk kunnen zijn en wat jou kan helpen.
Les volgen en studeren
Er zijn heel wat dingen die belangrijk zijn om goed te kunnen leren op school of te studeren thuis. Je moet je concentreren, de uitleg en leerstof begrijpen, informatie onthouden, aan een vlot tempo werken, ezovoort.
Als je epilepsie hebt, kunnen sommige van deze dingen net iets moeilijker zijn. Voor de ene persoon is concentreren lastig, voor de andere persoon lijkt bijna alles moeilijker dan bij klasgenoten.
Het is belangrijk om hier samen met je ouders en de leerkrachten over te praten. Samen kunnen jullie zoeken naar wat jou kan helpen.
En weet je? Je bent niet de enige. In elke klas zijn er kinderen die moeite hebben met sommige van deze zaken, ook kinderen zonder epilepsie.
Wat kan ik doen?
Eerst en vooral kan je samen met je ouders en de leerkrachten kijken wat voor jou lastig loopt en wat jou zou kunnen helpen.
Sommige kinderen hebben last van lawaai in de klas, dan kan een koptelefoon helpen om beter te kunnen werken. Andere kinderen vinden het lastig om snel te werken, dan is het fijn als je wat meer tijd krijgt om oefeningen of toetsen te maken. Zo zijn er heel wat hulpmiddelen en aanpassingen om jou te helpen. Voor sommige aanpassingen is er een briefje van de dokter nodig. Daar kunnen jij en je ouders over praten met de neuroloog tijdens een afspraak in het ziekenhuis.
Leerkrachten en zorgleerkrachten hebben veel ervaring in het zoeken naar gepaste hulpmiddelen. Soms kunnen ze het CLB erbij betrekken. Het CLB kan dan ook mee zoeken naar wat er voor jou werkt. Ouders mogen het CLB ook zelf contacteren.
Wanneer je een periode veel aanvallen hebt, kan het zijn dat deze dingen nog moeilijker gaan dan anders. Jij en je ouders kunnen dit bespreken met de leerkrachten, zodat ze er rekening mee kunnen houden.
Vrienden en klasgenoten
Ook voor je vrienden kan het best wel schrikken zijn als je een aanval hebt. Als je epilepsie hebt, is het belangrijk dat je vrienden weten wat epilepsie is en hoe een aanval er bij jou uitziet. Zo kunnen ze rustig blijven, weten ze wat ze moeten doen en een volwassene gaan halen als het nodig is. Dat geeft hen en jou een veilig gevoel.
Sommige kinderen en jongeren zijn bang dat ze gepest gaan worden omdat ze epilepsie hebben. Het is belangrijk om te weten dat je niet alleen bent. Wanneer je gepest of uitgesloten wordt, vertel je dit best aan een volwassene, zoals je ouders, een leerkracht of de leerlingbegeleiding.
Op uitstap
Op uitstap gaan met de klas is een leuke belevenis, dat wil je natuurlijk niet missen. Als je epilepsie hebt, zijn er soms een aantal dingen waar je extra op moet letten of die je op voorhand moet regelen. Met een goede voorbereiding lukt dat meestal prima.
Vraag aan je arts of je mag meegaan en of er iets is waarop je moet letten
Mag je mee? Geweldig! Dan is het tijd om je goed voor te bereiden:
- Neem voldoende medicatie mee voor de hele uitstap, samen met je medicatieschema
- Neem je noodmedicatie mee, en geef ook een dosis aan je leerkrachten
- Zorg goed voor jezelf: slaap genoeg, eet voldoende en luister naar je lichaam
Vrije tijd en hobby's
Het hebben van een hobby is heel belangrijk. Ook als je epilepsie hebt, kan je aan heel wat hobby’s en sporten deelnemen. In een teamsport is het fijn om je ploeggenoten op de hoogte te brengen van je epilepsie, zo weten ze hoe een aanval er bij jou uitziet en kunnen ze je helpen als dat nodig is.
Zwem je graag? Dat mag! Zorg er wel voor dat er altijd een volwassene in de buurt is wanneer je in het zwembad bent. Zo kunnen ze je snel helpen als dat nodig is.
Je mag veel sporten doen, ook als je epilepsie hebt! Maar er zijn een paar sporten die wat lastiger kunnen zijn, omdat je niet altijd snel geholpen kan worden. Denk maar aan diepzeeduiken, watersporten in open water, speleologie, ...Bij andere sporten kan je vaak gewoon meedoen. Soms is het slim om extra voorzichtig te zijn, bijvoorbeeld door een helm te dragen
Wil je een nieuwe sport proberen? Bespreek dit dan eerst even met je arts. Zo ben je zeker op wat je moet letten.
Hoe leg ik epilepsie uit aan anderen
Het kan best spannend zijn om te vertellen aan je vrienden of aan je klas dat je epilepsie hebt. Toch is dit heel belangrijk. Wanneer je veel tijd met iemand doorbrengt, kan het gebeuren dat je bij deze persoon wel eens een aanval krijgt.
Of misschien heb je dit al eens meegemaakt? Dan is het fijn dat je vrienden of klasgenoten weten wat epilepsie is en hoe jouw aanvallen er kunnen uitzien. Zo kunnen ze rustig blijven en weten ze wat ze moeten doen als het nodig is. Als ze dit niet weten, kunnen ze schrikken en niet goed weten wat er gebeurt. Dat kan best verwarrend zijn voor hen.
Maar hoe vertel je dit dan?
Het belangrijkste is dat jij je goed voelt bij wat er verteld wordt. Vraag ook aan een volwassene om je te helpen. Dit kan één van je ouders zijn, maar ook de juf of meester, de zorgleerkracht, een ondersteuner, je psycholoog, je buurvrouw, ...
Je kan vertellen wat epilepsie is aan de hand van een boekje of een foldertje. Als je hier klikt kan je heel wat boekjes en folders vinden, kijk maar eens of er iets tussenstaat dat jou leuk lijkt om te gebruiken. Vind je het spannend om dit zelf aan je vrienden of je klasgenoten te vertellen? Bespreek dan met je ouders of een leerkracht of ze je willen helpen of dit voor jou willen doen. Sommige kinderen vinden het fijner om een filmpje te laten zien.
Epilepsie ziet er bij iedereen anders uit. Daarom is het goed om te vertellen hoe een aanval er bij jou uitziet. Begin je te schokken met armen en benen? Ben je even weg van de wereld? Kan je niet op je woorden komen? Dit is belangrijke informatie, want zo kunnen anderen een aanval sneller herkennen. Vertel ook wat ze kunnen doen als je een aanval krijgt en wanneer ze een volwassene moet halen
Maar vergeet niet: je bent veel meer dan je epilepsie! Vertel ook wie je bent en dat je nog steeds heel graag met je vrienden plezier kan maken. Dat is het belangrijkste!
Rijbewijs
Ben je ouder dan 18 jaar en wil je graag je rijbewijs halen?
Ook mensen met epilepsie kunnen hun rijbewijs halen en rijden met de auto. Om te mogen rijden met de auto zijn er een aantal regels waaraan je moet voldoen. Het krijgen van een aanval tijdens het autorijden kan namelijk jezelf en anderen in gevaar brengen.
Als je een bepaalde periode aanvalsvrij bent en voldoet aan de nodige voorwaarden, kun je ook met epilepsie rijgeschikt verklaard worden en een tijdelijk rijbewijs krijgen. Rijgeschiktheid betekent dat je aan de medische voorwaarden voldoet om te mogen rijden.
Wat als ik opnieuw een aanval krijg?
Vanaf dat moment mag je geen gemotoriseerd voertuig meer besturen tot er een controle is geweest bij de arts. De arts beslist op dan of je wel of niet geschikt bent om met de auto te rijden. Soms kan het zijn dat de arts beslist dat je mag autorijden, maar enkel in bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld enkel overdag, binnen een bepaalde afstand, niet op de autostrade,..
Stage en werken
Voor de meeste beroepen maakt het niet uit of je epilepsie hebt. Sommige beroepen leggen voorwaarden op, en voor sommige beroepen is het helaas verboden ze uit te voeren als je ooit een epilepsieaanval hebt gehad. Het is belangrijk om dit te bespreken met de bedrijfsarts. Voor stage geldt hetzelfde, ook hier bespreek je dit best met de stagementor en/of je arts.