Wat is epilepsie?


Wat is epilepsie

Om te begrijpen wat epilepsie is, moeten we eerst weten hoe onze hersenen werken.

Je hersenen zijn heel belangrijk en zorgen ervoor dat alles in je lichaam goed werkt. Ze zitten in je hoofd en werken als een supercomputer die alles in je lichaam regelt. 

Dankzij je hersenen kan je:

  • Bewegen: zoals lopen, fietsen, springen,..
  • Zintuigen gebruiken: zoals ruiken, zien, horen en voelen
  • Denken: zoals het oplossen van een taak, een puzzel maken of beslissingen nemen
  • Leren en onthouden: zoals nieuwe dingen leren op school of herinneren wat je gisteren hebt gedaan
  • En nog veel meer!

Hoe kunnen je hersenen al deze dingen doen?
In je hersenen zitten heel veel kleine cellen, die noemen we zenuwcellen of neuronen. Miljarden neuronen werken samen om ervoor te zorgen dat alles in je lichaam goed werkt. Ze “praten” met elkaar en ook met andere cellen in je lichaam.

Om met elkaar te praten en informatie door te geven, sturen neuronen kleine elektrische stroompjes naar elkaar. Deze stroompjes zijn heel normaal en helemaal niet gevaarlijk – je voelt er niets van.

Wat gebeurt er in mijn hersenen?

Meestal werken de neuronen en elektrische stroompjes in je hoofd precies zoals het hoort.
Bij epilepsie gaat er soms iets mis met die stroompjes. De neuronen werken plots niet meer goed samen en worden overactief: ze praten te veel, te luid en door elkaar. Daardoor geven ze te veel elektrische signalen door, en raken je hersenen even in de war.

Je kunt het zien als een soort kortsluiting: het lijkt alsof er een onweersbui met bliksem in je hoofd is.

Omdat de neuronen even niet goed met elkaar kunnen praten, geven ze verkeerde opdrachten aan elkaar en aan je lichaam. Dit noemen we een aanval. Tijdens een aanval kan je:

  • Vreemd bewegen: je spieren doen ineens raar. Soms word je stijf of slap, of je armen of benen bewegen plotseling uit zichzelf.
  • Vreemd voelen: je kunt je ineens bang of verward voelen. Soms ruik, proef, zie, hoor of voel je dingen die er eigenlijk niet zijn.
  • Wegdromen: je staart voor je uit en reageert even niet op wat er om je heen gebeurt. Het lijkt alsof je in een droom zit.
  • Flauwvallen: soms raak je even buiten bewustzijn, en weet je achteraf niet meer wat er is gebeurd.

Tijdens een aanval is je hoofd even in de war en weet je niet goed wat er precies gebeurt. Gelukkig duurt een aanval meestal niet lang en stopt het na een aantal seconden of minuten vanzelf. Na een aanval ben je vaak nog een beetje in de war en moe. Dat komt omdat je hersenen tijdens de aanval heel hard hebben gewerkt. Ze waren druk bezig met het sturen van allemaal verkeerde signaaltjes. Na zo’n drukte hebben je hersenen even tijd nodig om weer tot rust te komen.

Daarna voel je je vaak weer helemaal normaal, net zoals voor de aanval.




Referentie:


Waarom heb ik epilepsie?

Er zijn verschillende redenen waarom iemand epilepsie kan krijgen. De dokter probeert te begrijpen wat de oorzaak van jouw epilepsie is. Dat doet de dokter via verschillende onderzoeken.

Soms komt epilepsie door iets in je lichaam zelf.
Er kan iets in je hersenen of lichaam anders werken, waardoor je neuronen te veel elektrische stroompjes afgeven. Soms zit epilepsie in de familie – dan noemen we dat erfelijk.

Soms komt epilepsie door iets van buitenaf.
Dat kan bijvoorbeeld een ongeval zijn of een ziekte, zoals een infectie, waardoor je hersenen ziek worden.

En soms weten dokters niet precies waarom iemand epilepsie krijgt.

Hoe wordt epilepsie behandeld?

Anti-epileptica

De meeste kinderen krijgen van de dokter medicijnen, die noemen we anti-epileptica. De medicijnen zorgen ervoor dat de neuronen in je hoofd beter samenwerken, zodat je hersenen rustig blijven en je aanvallen minder erg zijn, minder vaak voorkomen of zelfs helemaal verdwijnen. 

De medicijnen werken wel maar een tijdje, daarom is het belangrijk dat je ze elke dag opnieuw inneemt.  Ook moet je ze altijd op hetzelfde moment innemen zodat ze goed kunnen werken. 

Als medicijnen alleen niet genoeg helpen, kan de dokter ook nog andere behandelingen voorstellen.

Nervus Vagus Stimulator

Een Nervus Vagus Stimulator is een klein apparaat dat onder de huid in je borst wordt geplaatst.
Het zorgt ervoor dat er kleine elektrische stroompjes naar je hersenen gaan. Deze stroompjes helpen je hersenen rustig te blijven, zodat je minder snel een aanval krijgt.

Bij het apparaatje hoort ook een magneet. Als je een aanval voelt aankomen, kun je de magneet over het apparaat bewegen. Dat kan ervoor zorgen dat je aanval korter duurt of zelfs stopt.

Ketogeen dieet

Misschien heeft de dokter je verteld over een speciaal dieet dat kan helpen bij epilepsie. Dit heet het ketogeen dieet. Bij dit dieet worden stofjes aangemaakt die we ketonen noemen. Hoe het dieet precies werkt, weten we nog niet goed.

Ons lichaam heeft energie nodig. De koolhydraten in onze voeding leveren snel energie en kan je vinden in suiker, snoepjes, frisdrank, brood, cornflakes, aardappelen, pasta en nog veel meer. Bij het ketogeen dieet doen we het anders en eet je vooral veel vet en bijna geen suiker. Zo verandert je lichaam de energiebron van suiker naar vet. Bij het verbranden van vetten maakt je lichaam stoffen aan die ketonen heten. Die ketonen kunnen je hersenen helpen om minder aanvallen te krijgen. 

Het ketogeen dieet helpt niet bij iedereen, maar bij een kleine groep kinderen werkt het zo goed dat ze helemaal geen aanvallen meer hebben. De dokter en de diëtist bekijken samen met jou of dit dieet iets voor jou kan zijn. Je moet het dieet minstens 3 tot 6 maanden proberen om te zien of het helpt.

Dit dieet is anders dan wat je gewend bent. Je mag niet zomaar alles eten en je leert van de diëtist precies wat wel en niet mag. Omdat je anders eet, is het soms nodig om extra vitamines en mineralen te nemen, zodat je lichaam goed kan blijven groeien en werken.

Het is belangrijk om het dieet elke dag goed te volgen. Als je een dag iets anders eet, kan dat meer aanvallen veroorzaken. Het is niet altijd makkelijk om het dieet te volgen, maar er is een team van mensen, zoals de dokter en diëtist, die jou en je ouders helpen om het goed te doen.

Chirurgie

Bij sommige kinderen kan de dokter helpen met een operatie, dat noemen we epilepsiechirurgie. Een operatie kan niet bij iedereen, de dokter zal altijd eerst goed onderzoeken of dit bij jou kan helpen. 

Bij de operatie wordt er een klein stukje van de hersenen verwijderd waar de aanvallen vandaan komen. De dokter zoekt dit stukje zorgvuldig uit, zodat de rest van de hersenen goed blijven werken. Voor en na de operatie worden er meestal testen afgenomen door een neuropsycholoog en/of een logopedist.

Onderzoeken in het ziekenhuis

Lees meer

Leven met epilepsie

Lees meer

Meer informatie

Lees meer

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x